Medische onderwerpen

Urineweginfectie

Een urineweginfectie (UWI) is een veelvoorkomende aandoening waarbij bacteriën een ontsteking veroorzaken in de urinewegen. Dit kan klachten geven zoals pijn bij het plassen en vaker moeten plassen. Hoewel een blaasontsteking meestal goed te behandelen is, is het belangrijk om klachten serieus te nemen en zo nodig contact op te nemen met de huisarts.

 

WAT IS EEN URINEWEGINFECTIE?

De urinewegen bestaan uit de nieren, urineleiders, blaas en plasbuis. Wanneer bacteriën via de plasbuis naar binnen komen, kunnen zij een ontsteking veroorzaken.

De meest voorkomende vorm is een blaasontsteking, waarbij de infectie zich in de blaas bevindt. Soms kan een infectie verder opstijgen naar de nieren. Dan spreken we van een nierbekkenontsteking, een ernstigere aandoening die vaak gepaard gaat met koorts en een ziek gevoel.

Vrouwen krijgen vaker een blaasontsteking dan mannen, omdat de plasbuis bij vrouwen korter is en bacteriën daardoor gemakkelijker de blaas kunnen bereiken.

 

MOGELIJKE KLACHTEN

Klachten die kunnen passen bij een urineweginfectie zijn onder andere:

  • Pijn of een branderig gevoel bij het plassen
  • Vaak moeten plassen, meestal kleine beetjes
  • Plotselinge sterke aandrang om te plassen
  • Troebele of sterk ruikende urine
  • Bloed bij de urine
  • Pijn in de onderbuik
  • Bij een ernstigere infectie kunnen ook optreden:
  • Koorts of koude rillingen
  • Pijn in de zij of onderrug
  • Misselijkheid of braken
  • Ziek of algemeen slap gevoel

Neem bij deze klachten direct contact op met de huisarts.

 

MOGELIJKE OORZAKEN

De meeste urineweginfecties worden veroorzaakt door bacteriën uit de darm die via de plasbuis de blaas bereiken. Factoren die het risico kunnen vergroten zijn bijvoorbeeld:

  • onvoldoende uitplassen van de blaas
  • seksuele activiteit
  • zwangerschap
  • diabetes (suikerziekte)
  • een vergrote prostaat bij mannen
  • gebruik van een blaaskatheter
  • stenen of andere afwijkingen in de urinewegen

 

WAT KUNT U ZELF DOEN BIJ MILDE KLACHTEN?

Bij beginnende blaasontstekingsklachten kan het helpen om:

  • voldoende te drinken (ongeveer 1,5–2 liter per dag)
  • de blaas regelmatig volledig leeg te plassen
  • niet te lang te wachten met plassen
  • Als klachten langer dan enkele dagen aanhouden of verergeren, neem dan contact op met de praktijk.
  • Urineonderzoek in de praktijk

 

Om vast te stellen of er sprake is van een urineweginfectie kan het nodig zijn om urine te laten onderzoeken.

U kunt hiervoor een steriel urinepotje ophalen bij de praktijk. Het is belangrijk dat de urine op de juiste manier wordt opgevangen, zodat het onderzoek betrouwbaar is.

ZO VANGT U URINE CORRECT OP (MIDDENSTROOM-URINE)

  • Gebruik een schoon urinepotje van de praktijk.
  • Was vooraf uw handen.
  • Reinig eventueel de schaamstreek met water (geen zeep).
  • Begin met plassen in het toilet.
  • Vang vervolgens een beetje urine midden in de straal op in het potje (middenstroom).
  • Sluit het potje direct goed af.

 

INLEVEREN VAN DE URINE

  • Breng de urine zo snel mogelijk naar de praktijk, bij voorkeur binnen 2 uur.
  • Lukt dit niet, bewaar de urine dan tijdelijk in de koelkast en lever deze dezelfde dag nog in.
  • Noteer op het potje of formulier uw naam, geboortedatum en het tijdstip van opvangen.
  • De assistente zal met u bespreken waarom het onderzoek wordt gedaan en welke klachten u heeft. Op basis van de uitslag bepaalt de huisarts of behandeling nodig is.

 

BEHANDELING

De behandeling hangt af van de ernst van de klachten en de uitslag van het urineonderzoek. Soms zijn alleen adviezen voldoende. Wanneer er duidelijk sprake is van een bacteriële infectie kan de huisarts antibiotica voorschrijven.

Bij terugkerende klachten, koorts of verdenking op een nierbekkenontsteking zal de huisarts extra onderzoek of een andere behandeling adviseren. 

SOA-test en advies

Seksueel overdraagbare aandoeningen (SOA’s) zijn infecties die worden overgedragen via seksueel contact. Dit kan gebeuren bij vaginaal, anaal of oraal seksueel contact. SOA’s worden veroorzaakt door bacteriën, virussen of parasieten en kunnen via lichaamsvloeistoffen of via direct contact met slijmvliezen worden overgedragen.
Niet iedereen met een SOA heeft klachten. Daardoor kan iemand een infectie hebben en deze ongemerkt doorgeven aan een partner. Daarom is het belangrijk om u te laten testen als u risico heeft gelopen.

 

WANNEER IS HET VERSTANDIG OM EEN SOA-TEST TE DOEN?
Overweeg een test wanneer u bijvoorbeeld:

  • onbeschermd seksueel contact heeft gehad
  • een nieuwe seksuele partner heeft
  • meerdere seksuele partners heeft
  • klachten heeft die kunnen passen bij een SOA
  • een partner heeft die mogelijk een SOA heeft

 

MOGELIJKE KLACHTEN
Klachten die kunnen voorkomen bij een SOA zijn onder andere:

  • pijn of een branderig gevoel bij het plassen
  • afscheiding uit penis, vagina of anus
  • pijn bij het vrijen
  • jeuk, wondjes of blaasjes rond de geslachtsdelen
  • bloedverlies tussen menstruaties
  • pijn in de onderbuik
  • wratjes rond de geslachtsdelen

Het is belangrijk om te weten dat veel SOA’s geen duidelijke klachten geven.

 

VEEL VOORKOMENDE SOA’S

 

CHLAMYDIA
Chlamydia is de meest voorkomende bacteriële SOA. Veel mensen hebben geen klachten. Mogelijke symptomen zijn pijn bij het plassen, afscheiding uit penis of vagina en onderbuikpijn. Onbehandelde chlamydia kan bij vrouwen leiden tot bekkenontsteking en verminderde vruchtbaarheid.
De behandeling bestaat uit antibiotica.

 

GONORROE
Gonorroe (ook wel “druiper”) is een bacteriële infectie die klachten kan geven zoals pijn bij het plassen, geelgroene afscheiding uit penis of vagina en pijn in de onderbuik. De infectie kan ook in keel of anus voorkomen.
De behandeling bestaat meestal uit antibiotica volgens de actuele richtlijnen.

 

SYFILIS
Syfilis is een bacteriële infectie die in verschillende stadia verloopt. In het begin kan een pijnloos zweertje ontstaan op de plaats van besmetting. Later kunnen huidafwijkingen, koorts of andere klachten optreden.
Syfilis wordt behandeld met antibiotica (meestal penicilline). Vroege behandeling voorkomt complicaties.

 

GENITALE HERPES
Genitale herpes wordt veroorzaakt door een virus. Het kan pijnlijke blaasjes of zweertjes rond de geslachtsdelen veroorzaken. Het virus blijft na infectie in het lichaam aanwezig en kan soms opnieuw klachten geven.
Medicatie kan de duur en ernst van klachten verminderen, maar geneest de infectie niet.

 

HUMAAN PAPILLOMAVIRUS (HPV)
HPV is een veelvoorkomend virus. Sommige typen veroorzaken genitale wratten, andere typen kunnen op lange termijn baarmoederhalskanker of andere vormen van kanker veroorzaken.
Genitale wratten kunnen worden behandeld. In Nederland worden jongeren ook gevaccineerd tegen HPV.

 

HEPATITIS B
Hepatitis B is een virus dat de lever infecteert. Overdracht kan plaatsvinden via seksueel contact of via bloed. Sommige mensen krijgen klachten zoals vermoeidheid, misselijkheid of geelzucht, maar vaak verloopt de infectie zonder klachten.
Er bestaat een effectieve vaccinatie tegen hepatitis B.

 

HIV
Hiv is een virus dat het afweersysteem aantast. Zonder behandeling kan dit uiteindelijk leiden tot aids. Met moderne medicatie kan hiv tegenwoordig goed worden onderdrukt, waardoor mensen een normaal leven kunnen leiden en het virus niet meer overdraagbaar is bij effectieve behandeling.

 

MYCOPLASMA GENITALIUM
Mycoplasma genitalium is een bacterie die seksueel kan worden overgedragen en klachten kan veroorzaken zoals:

  • pijn of branderigheid bij het plassen
  • afscheiding uit penis of vagina
  • ontsteking van de plasbuis of baarmoederhals
  • pijn in de onderbuik

Volgens de huidige richtlijnen wordt niet standaard getest op Mycoplasma genitalium bij mensen zonder klachten. Dit komt omdat de bacterie vaak voorkomt zonder klachten en omdat behandeling kan bijdragen aan antibioticaresistentie.

 

Daarom gelden de volgende uitgangspunten:

  • Alleen testen bij klachten passend bij een ontsteking van de plasbuis of baarmoederhals
  • Niet testen bij mensen zonder klachte
  • Niet behandelen wanneer iemand geen klachten heeft, zelfs als de bacterie wordt gevonden
  • Wanneer behandeling nodig is, wordt een stapsgewijze antibioticabehandeling gebruikt volgens de geldende richtlijnen.

 

ONDERZOEK EN TESTEN
Afhankelijk van uw klachten en risico kan onderzoek bestaan uit:

  • een urinetest
  • een zelfafgenomen swab (watje) uit vagina, penis, anus of keel
  • een bloedonderzoek (bijvoorbeeld voor hiv, syfilis of hepatitis B)

De huisarts of assistente bespreekt met u welke testen in uw situatie nodig zijn. Het onderzoek wordt altijd vertrouwelijk en discreet uitgevoerd.

 

VOORKOMEN VAN SOA’S
U kunt de kans op een SOA verkleinen door:

  • condoomgebruik bij seks met nieuwe of wisselende partners
  • regelmatige testen bij verhoogd risico
  • open communicatie met partners over seksuele gezondheid

 

CONTACT OPNEMEN

Heeft u klachten die kunnen passen bij een SOA of wilt u zich laten testen na een risico-contact? Neem dan contact op met de praktijk. Wij bespreken uw situatie vertrouwelijk en kijken samen welk onderzoek of welke behandeling nodig is.

Somberheid en angstklachten

Het is heel normaal om af en toe somber, gespannen of angstig te zijn. Iedereen ervaart deze gevoelens wel eens. Dit kan bijvoorbeeld optreden na stressvolle gebeurtenissen, verlies, relatieproblemen of druk op het werk of op school. Vaak verdwijnen deze gevoelens vanzelf, maar wanneer somberheid of angst langdurig aanwezig is of het dagelijks functioneren belemmert, kan het belangrijk zijn om dit met de huisarts te bespreken.

 

WAT ZIJN DEPRESSIEVE EN ANGSTKLACHTEN?

Bij depressieve klachten kunnen verschillende symptomen optreden:

  • aanhoudende somberheid of leeg gevoel
  • minder plezier of interesse in dagelijkse activiteiten
  • vermoeidheid of weinig energie
  • slaapproblemen (te weinig of juist te veel slapen)
  • concentratieproblemen
  • piekeren of gevoelens van schuld, waardeloosheid of hopeloosheid
  • veranderingen in eetlust of gewicht
  • moeite met dagelijkse taken uitvoeren

 

Bij angstklachten kunnen symptomen voorkomen zoals:

  • aanhoudende zorgen of spanning over dagelijkse situaties
  • paniekaanvallen of plotselinge hevige angst
  • lichamelijke klachten zoals hartkloppingen, benauwdheid, trillen of maag- en darmklachten
  • vermijdingsgedrag (bijvoorbeeld sociale situaties of bepaalde activiteiten vermijden)
  • concentratieproblemen of slaapproblemen door piekeren

Wanneer deze klachten langer dan twee weken aanhouden en het functioneren beïnvloeden, kan er sprake zijn van een depressieve of angststoornis.

 

WAT KUNT U ZELF DOEN?

Bij milde klachten kunnen de volgende maatregelen helpen:

  • Blijf actief: bewegen, wandelen, fietsen of sporten verbetert energie en stemming
  • Structuur: vaste tijden voor slapen, eten en activiteiten geven houvast
  • Sociale contacten: praten met vrienden, familie of vertrouwde personen kan steun bieden
  • Schrijf uw gedachten op: dit kan helpen om emoties en zorgen te ordenen

 

Ontspanningsoefeningen:

  • ademhalingsoefeningen, meditatie of mindfulness helpen bij spanning
  • Vermijd alcohol en drugs: deze kunnen somberheid en angst verergeren
  • Plan kleine activiteiten: ook wanneer motivatie ontbreekt, helpt het om dagelijks iets actiefs te doen

 

WANNEER CONTACT OPNEMEN MET DE HUISARTS?

Neem contact op wanneer:

  • somberheid, angst of spanning langer dan enkele weken aanhoudt
    klachten uw dagelijks functioneren beïnvloeden
  • u sociaal of werk gerelateerd beperkt wordt door angst of somberheid
  • u zich hopeloos voelt of gedachten heeft over zelfbeschadiging

De huisarts kan samen met u beoordelen welke ondersteuning het meest geschikt is en bespreken of behandeling nodig is.

 

BEGELEIDING BINNEN ONZE PRAKTIJK

Onze praktijk beschikt over praktijkondersteuner GGZ (POH-GGZ) mevrouw E. Ewalts, met ruime ervaring in het begeleiden van mensen met somberheid, angstklachten, stress en overspanning.

De POH-GGZ kan onder andere:

  • gesprekken voeren om klachten en oorzaken in kaart te brengen
    uitleg geven over psychische klachten en behandelmogelijkheden
  • praktische ondersteuning bieden bij angst en somberheid
  • cognitieve technieken en strategieën aanleren om klachten te verminderen
  • samen met u beoordelen of specialistische zorg nodig is en doorverwijzen indien nodig

 

VERTROUWELIJK GESPREK

Psychische klachten zoals somberheid en angst zijn veelvoorkomend en behandelbaar. U hoeft er niet alleen mee te blijven rondlopen. Neem contact op met de praktijk, zodat wij samen kunnen kijken welke ondersteuning het beste past.

Overgewicht en gezondheid

Overgewicht is een veelvoorkomend probleem in onze samenleving en kan een grote invloed hebben op uw dagelijks leven. Het verhoogt bovendien het risico op diverse gezondheidsproblemen, zoals hart- en vaatziekten, diabetes type 2, hoge bloeddruk, gewrichtsklachten en problemen bij zwangerschap. Het aanpakken van overgewicht is vaak lastig en veel mensen hebben hierbij begeleiding nodig. Bij onze huisartsenpraktijk kunt u hiervoor terecht.

 

WAT VERSTAAN WE ONDER OVERGEWICHT?

Overgewicht betekent dat uw lichaamsgewicht te hoog is in verhouding tot uw lengte, vaak door een teveel aan lichaamsvet. Twee veelgebruikte manieren om dit te beoordelen zijn.


BMI (Body Mass Index): Een rekensom van uw gewicht en lengte. Een BMI boven 25 duidt op overgewicht, boven 30 op obesitas. U kunt dit zelf berekenen via online BMI-calculators of bij onze praktijk laten meten.

 

Buikomvang: Bij vrouwen wordt een taille boven 80 cm en bij mannen boven 94 cm gezien als verhoogd risico.

 

WAAROM IS OVERGEWICHT EEN AANDACHTSPUNT?

Overgewicht heeft niet alleen invloed op uw conditie en energie, maar kan ook uw gezondheid op langere termijn aantasten. Het kan leiden tot:

  • Verhoogd risico op hart- en vaatziekten en diabetes
  • Problemen met gewrichten en mobiliteit
  • Moeilijkheden bij zwanger worden en complicaties tijdens zwangerschap

Daarom is het belangrijk om tijdig stappen te ondernemen om uw gewicht en leefstijl aan te pakken.

 

DUURZAME AANPAK: LEEFSTIJL ALS KERN

De meest effectieve manier om overgewicht te verminderen is een duurzame verandering van leefstijl, gericht op voeding, beweging en gedrag. Snelle oplossingen zijn vaak tijdelijk en leiden zelden tot blijvende resultaten. In onze praktijk ondersteunen we u bij:

  • Het opstellen van een gezond voedings- en beweegplan
  • Het aanleren van gedragsstrategieën om gezonde keuzes vol te houden
  • Deelname aan erkende leefstijlprogramma’s, vaak verspreid over 1–2 jaar, gericht op langdurige resultaten

 

MEDICATIEONDERSTEUNING:

Soms kan medicatie, zoals GLP-1-agonisten (bijv. Ozempic of Wegovy), overwogen worden als aanvulling op leefstijlbegeleiding. Deze middelen stimuleren verzadigingsgevoel en kunnen leiden tot gewichtsverlies. Belangrijke punten zijn:

  • Ze zijn alleen effectief in combinatie met leefstijlaanpassingen
  • Mogelijke bijwerkingen zijn misselijkheid, braken en soms galblaasproblemen
  • Vergoeding is beperkt en vaak alleen mogelijk bij ernstig overgewicht of obesitas met bijkomende gezondheidsrisico’s
  • Medicatie biedt geen garantie voor blijvende resultaten; stoppen leidt vaak tot gewichtstoename

Wij benadrukken dat duurzame gedragsverandering altijd de basis blijft. Medicatie kan ondersteunend zijn, maar vervangt geen gezonde leefstijl of gedragsverandering.

 

AFSPRAAK MAKEN

Wilt u begeleiding bij het verantwoord afvallen? Of wilt u weten of medicatieondersteuning geschikt is voor u? Maak een afspraak bij onze praktijk. Samen bekijken we wat voor u het meest effectief en haalbaar is, zodat u op een gezonde en duurzame manier gewicht kunt verliezen.

Borstkanker

Borstkanker is de meest voorkomende vorm van kanker bij vrouwen in Nederland. Ongeveer 1 op de 8 vrouwen krijgt gedurende haar leven borstkanker. Door betere diagnostiek en behandelingen overleeft tegenwoordig een groot deel van de vrouwen borstkanker goed, vooral wanneer de ziekte vroeg wordt ontdekt.

 

VERANDERINGEN OM OP TE LETTEN

Niet alle veranderingen in de borst betekenen dat er sprake is van kanker. Veel voorkomende, meestal goedaardige veranderingen zijn onder meer cysten of hormonale knobbels. Toch is het belangrijk om aandacht te hebben voor het volgende:

  • Een nieuwe of hard aanvoelende knobbel in de borst of oksel
  • Veranderingen in de vorm of grootte van een borst
  • Teruggetrokken tepel, huidindrukking of nieuwe putjes
  • Bloedige of bruine afscheiding uit de tepel
  • Aanhoudende pijn in één borst

Als u één van deze veranderingen opmerkt én deze blijft bestaan, is het verstandig om dit met uw huisarts te bespreken.

 

BEVOLKINGSONDERZOEK BORSTKANKER (BVO)

In Nederland worden vrouwen tussen 50 en 75 jaar elke twee jaar uitgenodigd voor het nationaal bevolkingsonderzoek borstkanker (BVO). Dit onderzoek bestaat uit een mammogram (röntgenfoto van de borst) en heeft als doel borstkanker in een vroeg stadium te ontdekken, nog voordat er klachten zijn.

Het bevolkingsonderzoek draagt bij aan een vermindering van de borstkankersterfte, omdat tumoren in een vroeger stadium worden opgespoord dan wanneer er alleen op klachten wordt gewacht.

Het screeningsprogramma is gericht op vrouwen tussen de 50 en 75 jaar omdat het risico op borstkanker vanaf deze leeftijd significant stijgt en omdat op dit moment de meeste evidence is voor effectiviteit in deze groep.

 

SCREENING BUITEN HET BEVOLKINGSONDERZOEK

Sommige vrouwen hebben een verhoogd risico op borstkanker, bijvoorbeeld door een sterke familiegeschiedenis of bepaalde erfelijke mutaties (zoals BRCA1 of BRCA2). Voor deze vrouwen kan screening buiten het reguliere programma worden aangeboden, bijvoorbeeld eerder beginnen met beeldvorming (zoals mammografie of MRI), in overleg met een gespecialiseerd centrum.

 

WANNEER DE HUISARTS CONTACTEREN?

Neem contact op met uw huisarts als:

  • u nieuwe veranderingen in uw borst ziet of voelt
  • u klachten heeft die aanhouden na 2–4 weken
  • u vragen heeft over borstkanker of het bevolkingsonderzoek
  • er borstkanker in de familie voorkomt (bijvoorbeeld bij meerdere eerstegraads familieleden)

Uw huisarts kan dan beoordelen wat er nodig is, een lichamelijk onderzoek doen en/of u doorverwijzen voor verder onderzoek zoals een mammografie of echo.

 

Door regelmatige controle en tijdige consultatie bij veranderingen of klachten, kan borstkanker tijdig worden opgespoord én behandeld. Oudere technologieën worden ook voortdurend verbeterd om de detectie nog beter te maken.

GRIEP (INFLUENZA) – WAT U MOET WETEN

Griep, ook influenza genoemd, is een infectie van de luchtwegen veroorzaakt door het influenzavirus. Het virus tast vooral het slijmvlies van de neus, keel en luchtwegen aan en leidt vaak tot plotselinge ziekteverschijnselen. De meeste mensen herstellen binnen enkele dagen tot twee weken, maar bij bepaalde groepen kan griep ernstiger verlopen.

 

HOE HERKENT U GRIEP?

Typische griepverschijnselen zijn:

  • plotselinge koorts en koude rillingen
  • ernstige vermoeidheid en malaise
  • spier- en gewrichtspijn, hoofdpijn
  • droge hoest en keelpijn
  • verstopte neus of loopneus
  • verminderde eetlust

Een gewone verkoudheid begint geleidelijk en heeft meestal geen koorts.

 

WIE LOPEN EXTRA RISICO?

Complicaties kunnen optreden bij:

  • 50 jaar en ouder
  • mensen met chronische ziekten, zoals long- of hartaandoeningen, diabetes
  • mensen met verlaagde afweer
  • zwangere vrouwen
  • jonge kinderen
  • bewoners van zorginstellingen

Bij deze groepen is het belangrijk om tijdig contact op te nemen bij verergering van klachten.

 

PREVENTIE – DE GRIEPPRIK

De jaarlijkse griepvaccinatie is de meest effectieve manier om griep en ernstige complicaties te voorkomen. Het vaccin wordt elk jaar aangepast aan de verwachte circulerende virusstammen.

 

VOOR WIE IS DE GRIEPPRIK BEDOELD?

  • 60-plusser
  • mensen met chronische aandoeningen
  • mensen met verminderde weerstand
  • zwangere vrouwen
  • bewoners van verpleeghuizen

Niet-risicogroepen kunnen zich tijdig aanmelden voor de griepprik; zo houden wij bij de jaarlijkse bestelling van vaccins rekening met de benodigde aantallen.

 

Let op: een griepprik verkleint de kans op ziekte en complicaties, maar sluit griep nooit volledig uit.

 

ZELFZORGMAATREGELEN

  • Was regelmatig uw handen
  • Hoest of nies in de elleboog
  • Gebruik papieren zakdoekjes en gooi deze na één keer weg
  • Vermijd nauw contact met zieke mensen
  • Zorg voor voldoende slaap, gezonde voeding en beweging

 

WAT TE DOEN BIJ GRIEPKLACHTEN?

  • Rust en voldoende drinken
  • Eventueel paracetamol tegen koorts of pijn

 

WANNEER CONTACT OPNEMEN MET DE HUISARTS?

Bel als u tot een risicogroep behoort, de klachten verergeren of u benauwd wordt.

 

Bij twijfel kan in onze praktijk, in samenwerking met DVU, een CRP-meting via vingerprik worden uitgevoerd. Deze snelle test helpt ons onderscheid te maken tussen een bacteriële of virale infectie, waardoor de behandeling beter afgestemd kan worden.

 

In sommige gevallen kan de huisarts antivirale medicatie voorschrijven, zoals oseltamivir, vooral bij risicopatiënten wanneer dit binnen 48 uur na klachtenbegin wordt gestart.

 

SAMENGEVAT

Griep is een besmettelijke infectie die in de meeste gevallen vanzelf overgaat. Preventie, zoals de jaarlijkse griepprik, en goede zelfzorg verkleinen de kans op ziekte en complicaties. Bij twijfel of verergerende klachten kunt u bij ons terecht; samen bepalen we of extra onderzoek of behandeling nodig is.

Artrose: informatie voor patiënten

Artrose is een veelvoorkomende gewrichtsaandoening waarbij het kraakbeen in een gewricht langzaam slijt. Dit leidt tot pijn, stijfheid en soms bewegingsbeperkingen. Vooral knieën, heupen, handen en de wervelkolom worden vaak aangedaan. Hoewel artrose vaker voorkomt bij oudere volwassenen, kan het ook bij jongere mensen ontstaan, bijvoorbeeld na een blessure, overbelasting of door erfelijke aanleg.

 

WAT GEBEURT ER BIJ ARTROSE?

Kraakbeen werkt als een schokdemper en zorgt ervoor dat de botten soepel langs elkaar bewegen. Bij artrose neemt dit kraakbeen geleidelijk af, waardoor:

  • het gewricht pijnlijk of stijf kan aanvoelen
  • zwelling of vochtophoping kan ontstaan
  • de functie van het gewricht vermindert

Artrose ontwikkelt zich langzaam en de ernst kan per persoon verschillen.

 

SYMPTOMEN VAN ARTROSE

  • Pijn bij bewegen of na belasting
  • Stijfheid, vooral ’s ochtends of na langere rustperiodes
  • Krakende geluiden (crepitaties) bij beweging
  • Beperkte beweeglijkheid van het gewricht

 

BEHANDELOPTIES BIJ ARTROSE

Artrose kan niet volledig worden genezen, maar klachten kunnen effectief worden verminderd met een combinatie van leefstijl, oefentherapie, medicatie en moderne behandelingen.

 

LEEFSTIJL EN OEFENTHERAPIE

Gewichtsverlies: Vermindert de druk op de gewrichten en kan pijn sterk verlagen.

Beweging en oefentherapie: Versterkt spieren rondom het gewricht, verbetert stabiliteit en vermindert pijn.

GLAD-therapie (Good Life with osteoArthritis in Denmark): Een wetenschappelijk ontwikkeld programma voor knie- en heupartrose. Het combineert gepersonaliseerde oefentherapie met educatie over leefstijl en zelfmanagement, met bewezen verbetering van pijn en functie.

 

MEDICATIE EN INJECTIES

Pijnstillers: Paracetamol of ontstekingsremmers kunnen tijdelijke verlichting bieden.

Corticosteroïden-injecties (bijv. Kenacort): Effectief bij acute ontsteking en pijn, meestal beperkt tot enkele keren per jaar.

 

PRP/ACP-INJECTIES:

PRP (Platelet-Rich Plasma): Injecties met geconcentreerde bloedplaatjes uit eigen bloed. Bevat groeifactoren die het herstel van kraakbeen kunnen ondersteunen en pijn kunnen verminderen.

ACP (Autoloog Geconditioneerd Plasma): Geavanceerde vorm van PRP waarbij het plasma zorgvuldig wordt voorbereid en onder plaatselijke verdoving in het gewricht wordt geïnjecteerd. Dit kan bijdragen aan pijnvermindering en verbeterde functie bij milde tot matige artrose, vooral in de knie en schouder.

 

HOE WERKT ACP/PRP?

Er wordt bloed afgenomen uit uw arm, het plasma wordt geconcentreerd met groeifactoren en in het aangedane gewricht geïnjecteerd.

Werking: vermindert ontsteking, pijn en zwelling; verhoogt de smering in het gewricht, waardoor bewegen soepeler gaat.

 

EFFECT EN BEHANDELDUUR:

Verbetering treedt vaak 6–8 weken na de eerste injectie op.

 

Meestal worden 2–3 injecties gegeven met een interval van 6–8 weken.

 

Effect houdt gemiddeld 6 maanden tot een jaar aan; behandeling kan herhaald worden.

 

KOSTEN EN VERGOEDING:

ACP/PRP-injecties worden momenteel niet vergoed door de basisverzekering, omdat onze praktijk geen contract heeft voor deze behandeling.

Kosten: €225 per injectie, volledig voor rekening van de patiënt.

 

CONSULT EN INDICATIE:

Voorafgaand aan de behandeling vindt altijd een consult plaats om te beoordelen of ACP-injecties geschikt zijn.

Andere ondersteunende therapieën, zoals GLAD-therapie of Kenacort-injecties, worden waar passend gecombineerd.

 

CHIRURGIE

Bij ernstige artrose, wanneer conservatieve maatregelen onvoldoende helpen, kan een gewrichtsvervangende operatie (bijv. knie- of heupprothese) worden overwogen.

 

WAT KUNT U ZELF DOEN?

  • Blijf actief, ook bij lichte pijn. Kortdurende, gecontroleerde belasting is goed voor het gewricht.
  • Houd een gezond gewicht aan om overbelasting te verminderen.
  • Volg adviezen van uw fysiotherapeut en gebruik ondersteunende hulpmiddelen zoals braces of schoenen indien nodig.
  • Overleg met uw huisarts over injectietherapieën of doorverwijzing naar een specialist.

 

SAMENGEVAT

Artrose is een chronische aandoening van de gewrichten, maar een combinatie van beweging, leefstijl, educatie, medicatie en moderne injectietherapieën kan pijn en stijfheid aanzienlijk verminderen.

GLAD-therapie: Wetenschappelijk onderbouwde oefen- en educatietherapie voor knie- en heupartrose.

Kenacort-injecties: Voor tijdelijke verlichting bij acute opvlammingen.

ACP/PRP-injecties: Innovatieve, aanvullende behandelingen die pijn kunnen verminderen en gewrichtsfunctie ondersteunen.

 

Met een duurzaam behandelplan, gericht op behoud van functie en kwaliteit van leven, kunnen patiënten met artrose een betere controle over hun klachten krijgen en een hogere levenskwaliteit behouden.

Prostaatproblemen bij mannen

Met het ouder worden krijgen veel mannen te maken met prostaatklachten, waaronder goedaardige prostaatvergroting (BPH) en, in sommige gevallen, prostaatkanker. De prostaat kan bij mannen vanaf ongeveer 30 jaar geleidelijk in omvang toenemen. Wanneer de prostaat te groot wordt, kan dit leiden tot plasklachten, zoals een zwakkere straal of vaker moeten plassen. Deze klachten hoeven niet te betekenen dat er sprake is van prostaatkanker; BPH komt veel vaker voor dan kwaadaardige aandoeningen.

 

PROSTAATKANKER: FEITEN EN CIJFERS

Prostaatkanker is een vorm van kanker waarbij kwaadaardige cellen ontstaan in de klierweefsels van de prostaat. De ziekte ontwikkelt zich meestal langzaam, waardoor symptomen vaak pas in een later stadium zichtbaar zijn. Prostaatkanker kan zich uitbreiden naar omliggende lymfeklieren of, in gevorderde gevallen, naar botten.

 

In Nederland wordt jaarlijks bij ongeveer 12.000 mannen prostaatkanker vastgesteld. In de loop van hun leven krijgt ongeveer 1 op de 10 mannen deze diagnose.

 

SYMPTOMEN VAN PROSTAATPROBLEMEN

De klachten van een vergrote prostaat en prostaatkanker overlappen vaak. Het is belangrijk om te weten dat veel plasklachten vaker door BPH komen dan door kanker. Mogelijke symptomen zijn:

  • Zwakke urinestraal of moeite met op gang brengen van de urinestroom
  • Frequent urineren, inclusief ’s nachts
  • Gevoel dat de blaas niet volledig wordt geleegd
  • Plasklachten door blokkade
  • Bloed in de urine of zaadlozing

Het hebben van één of meer van deze klachten betekent niet automatisch dat er sprake is van prostaatkanker.

 

PREVENTIEF ONDERZOEK EN PSA-METING

Prostaatkanker kan vroegtijdig worden opgespoord via een prostaat-specifiek antigeen (PSA) bloedtest. De toepassing van PSA-screening blijft echter controversieel:

 

Voordelen: kan prostaatkanker in een vroeg stadium opsporen, waardoor tijdige behandeling mogelijk is.

Nadelen: kan leiden tot overdiagnose van langzaam groeiende tumoren die nooit klachten zouden geven; onnodige biopsies en behandelingen kunnen complicaties veroorzaken, zoals incontinentie of erectiestoornissen.

 

Huidige richtlijnen adviseren een gepersonaliseerde aanpak: een PSA-test kan overwogen worden bij mannen tussen 50-70 jaar (of vanaf 45 jaar bij hoogrisicogroepen, zoals mannen met een familiegeschiedenis van prostaatkanker), na een weloverwogen gesprek over de voor- en nadelen. Routine screening bij alle mannen wordt niet standaard aanbevolen.

 

WANNEER CONTACT OPNEMEN MET UW HUISARTS?

Neem contact op als u last heeft van plasklachten die uw dagelijks leven beïnvloeden, of als u zich zorgen maakt over uw prostaatgezondheid. Uw huisarts kan:

  • De ernst van de klachten inschatten
  • Een lichamelijk onderzoek uitvoeren, inclusief prostaatonderzoek indien nodig
  • Bloedonderzoek (PSA) overwegen
  • Indien indicatie, doorverwijzen naar een uroloog voor verdere diagnostiek

 

Door klachten tijdig te bespreken kan een passende behandeling worden gestart, variërend van leefstijl- en medicamenteuze opties bij BPH tot specialistische behandeling bij bewezen prostaatkanker.